Europese hoofdsteden

...nog minder dan 10 te gaan

Toen Harold en ik elkaar leerden kennen in 1993, waren we bepaald nog geen doorgewinterde wereldreizigers. Sterker nog: we kwamen toen ongeveer niet verder dan een gratis ‘zakenrelatiecadeautje’ — een weekendje Dinant in België. Voor Harold werd dat meteen een gedenkwaardige vakantie, want het betekende ook direct het einde van zijn snor. Maar dat veranderde snel. Tijdens onze huwelijksreis naar Londen in 1995 kregen we de smaak goed te pakken — waarschijnlijk ergens tussen een Engelse pub, een dubbeldekkerbus en een veel te dure kop koffie.

Daar maakten we een ambitieuze afspraak: samen alle Europese hoofdsteden bezoeken. En omdat we blijkbaar allebei wat autistische trekjes hebben, houden we daarbij nauwgezet  de telling van de Verenigde Naties aan. Dat betekent dus 45 hoofdsteden. een gesjoemel, geen creatieve interpretaties en helaas ook geen bonuspunten voor “we zijn ooit over het vliegveld van Chisinau gevlogen”.

Sindsdien is het project een klein beetje uit de hand gelopen… maar wel op een manier die ons wel een beetje blijer maakt. Inmiddels hebben we er al (bijna) 39 bezocht — voor het gemak tellen we Vilnius, Vaduz en Bern in 2026 alvast mee. Dat voelt misschien een tikje optimistisch, maar hé: vakantievoorpret is ook een talent.

Pas in 2015 begonnen we met het schrijven van reisverslagen. Sindsdien hebben we onze belevenissen in ruim 20 Europese hoofdsteden vastgelegd — regelmatig gecombineerd met een vakantie waarin we minstens net zoveel tijd besteden aan terrasjes, taart en cappuccino’s als aan cultuur.

Hieronder zie je een kaart van Europa met alle hoofdsteden die we hebben bezocht, gemarkeerd met een rode stip. En eerlijk is eerlijk: nu we er nog minder dan tien hoeven, begint het toch wel verdacht veel op een serieuze missie te lijken. 

De paniek slaat ons af en toe al een beetje om het hart, want wat is eigenlijk nog de zin van vakantie als je geen nieuwe Europese hoofdstad meer hebt om af te vinken?