We zijn allebei vroeg wakker voor onze allerlaatste dag in Zuid-Afrika. Snif. Wat hebben we een fantastische tijd gehad. Maar ja, zoals het aloude reisgezegde luidt: “Er is een tijd van komen… en dan vlieg je terug.”
Over vliegen gesproken: al jaren kijken we met een mengeling van jaloezie en nieuwsgierigheid naar de mensen in de business class. Daar waar champagne vloeit als bronwater, stoelen in bedden veranderen en men waarschijnlijk door cabin crew met druiven wordt gevoerd.
Tot nu toe vonden we dat altijd ‘zonde van het geld’ (we zijn tenslotte zuunig opgevoed).
Maar gisteravond, bij het online inchecken, verscheen er ineens die verleidelijke knop: “Upgrade naar business class?”
Renate lachte.
Ik zei: “Ach joh, waarom niet? We hebben het verdiend. Mijn rug kraakt, mijn knieën piepen, het is een nachtvlucht — pure medische noodzaak!”
Ze keek me aan alsof ik zojuist had voorgesteld een struisvogel als huisdier mee te nemen, maar uiteindelijk ging ze overstag.
BAM. Businessclass geboekt.
En ja, op dat moment bekruipt je ook een lichte gêne. Want wie denken we wel niet dat we zijn? Maar goed, ik troost me met de gedachte dat ik me daar straks wel overheen masseer op die ligstoel-met-warmtedeken. Renate verheugt zich ondertussen ook op de business lounge, waar ze vast van plan is hun complete voorraad bubbels te testen.
Na een heerlijk ontbijt pakken we onze koffers in en maken ons op voor ons laatste uitje: Kirstenbosch Botanical Gardens — een oase van groen met een loopbrug hoog tussen de bomen. De koffers mogen lekker in het guesthouse blijven tot vanavond. Wij bofbipsen weer.
We horen dat de marathon van Kaapstad is afgelast vanwege stormachtige wind. Tenten en hekken zijn omgewaaid, dus eerlijk gezegd zijn we niet rouwig dat we die training aan ons voorbij hebben laten gaan.
Onze Uber-chauffeur is opnieuw een vrolijke Zimbabwaan (wat zijn die mannen altijd goedgehumeurd!). Hij vertelt honderduit over zijn vriendin — een Zuid-Afrikaanse — en dat ze “best duur in onderhoud” is. Ik adviseer hem om haar romantisch ten huwelijk te vragen boven op de Tafelberg. Hij vindt het een topidee.
Eenmaal in Kirstenbosch kijken we onze ogen uit. Alles is zó groen dat zelfs een tuinier er spontaan van zou gaan kwijlen.
We komen een bijzondere bloem tegen: de Mandela’s Gold Strelitzia. Normaal oranje, maar speciaal voor Nelson Mandela is deze gele variant gekweekt. Symbool voor hoop en vrijheid — én gewoon mooi voor de foto.
We wandelen door het betoverde bos naar de Canopy Walkway, een prachtig pad tussen de boomtoppen dat zachtjes meebeweegt. Zo voelt het dus om een eekhoorn met hoogtevrees te zijn.
Daarna wil Renate nog even naar Skeleton Gorge, een kloof met een waterval, “Maar 1,3 kilometer verderop.” Dat geloof ik natuurlijk.
Na 500 traptreden, drie zuchten en twee keer “we zijn er bijna” begin ik te vermoeden dat 1,3 kilometer hier iets anders betekent. Renate besluit dat het welletjes is — wijs besluit — en onderweg naar beneden vinden we de “waterval”: een vriendelijk kabbelend straaltje water dat je beter hóórt dan ziet stromen. Maar de omgeving? Adembenemend mooi.
We dwalen nog wat door het park en eindigen bij het theehuis, waar we genieten van onze galgenlunch. En wat staat daar op de kaart? Malva pudding met custard! Sinds 3 weken mijn absolute favoriet.
Ik bestel hem natuurlijk, neem een grote hap... en brand mijn tong aan de gloeiendhete custard. Karma, maar dan culinair. En ondertussen maakt Renate ook nog even een nieuwe gevederde vriend! We eten natuurlijk niet te veel, want we gaan ons vanavond enorm tegoed doen aan de culinaire hoogstandjes in de business lounge van het vliegveld.
Nadat we nog even een tijdje in het zonnetje hebben nagenoten, gaan we terug naar ons guesthouse. We nemen om 17u - mooi op tijd - afscheid van Maarten en stappen voor de laatste keer in Kaapstad in een Uber, klaar voor het grote VIP-avontuur. We zwaaien nog een laatste keer naar de Tafelberg die met de wolken op de berg eruit ziet als een scheikundig project.
We voelen ons net twee mensen die de hoofdprijs in een loterij hadden gewonnen: eindelijk zouden we het meemaken! De wereld van luxe stoelen, gratis champagne en bediening die je bij naam kent. En alsof dat nog niet genoeg was: we mogen ook de business lounge van het vliegveld in — die mythische plek waar het eten en drinken onbeperkt is en alles schijnt te glanzen van elegantie. We hebben er zin in en we verheugen ons op een bacchanaal.
Onderweg checken we op onze telefoon waar die lounge precies is. En dan schiet me opeens wat te binnen:
“Euh… die lounge is toch ná de security? En om door de security te mogen, moeten eerst onze koffers ingecheckt zijn… Vanaf wanneer kan dat eigenlijk?”
Antwoord: maximaal drie uur voor vertrek.
Ja maar, we zijn er al om 17.30u en we mogen dus pas om 20u inchecken voor onze vlucht die om 23.15u vertrekt...
Kortom: lege incheckbalies. Geen lounge. Geen bubbels. Alleen twee wat beteuterde gezichten.
Daar staan ze dan: Slim & Slimmer, businessclass-debutanten met grootse plannen en nul praktijkervaring. Gelukkig ziet niemand aan ons dat we dit duidelijk voor het eerst doen.
Pas om 20u mogen we onze koffers afgeven. Daarna sjezen we door de fast lane alsof we het dagelijks doen, en stappen uiteindelijk tóch de befaamde business lounge binnen.
En eerlijk is eerlijk — het is even slikken. In onze fantasie zagen we wuivende palmen, zachte muziek, vriendelijke bediening en Michelinsterrenhapjes. In werkelijkheid is het gewoon… druk. De gerechten zijn “mwah”, de bediening “functioneel” en de sfeer iets tussen luchthavenkantine en kerstborrel.
Maar hé — met een beetje fantasie en alleen maar gratis drankjes ziet alles er vast een stuk beter uit.
Dan het echte werk: boarden in stijl.
We nestelen ons in onze coconnetjes — véél ruimte, grote schermen, overal knopjes die iets doen, en stoelen die je in een bed kunt veranderen. Renate trapt af met een blauw cocktailtje (die er beter uitziet dan hij smaakt) en we genieten van het moment. En als we dan eenmaal tegen middernacht (laat dit even goed tot je inwerken) goed en wel airborne zijn... begint de bemanning met het uitserveren van het driegangendiner. Pardon? Wij willen sloap'n! We slaan het diner vriendelijk af en proberen de slaap te vatten. En dat lukt niet echt veel beter dan in de economy class, maar ach — het idee alleen al dat het zou kunnen helpt ook. En het eten? Lekker, maar geen sterrenrestaurant. Maar goed, je krijgt dan wel als beloning ook nog twee Delfts blauwe huisjes met drank erin.
De vlucht verloopt verder soepel en als we elkaar halverwege even aankijken, weten we het zonder woorden:
leuk om eens mee te maken, maar de volgende keer zitten we gewoon weer achterin met de rest van de stervelingen. Eenmaal geland loopt alles soepel. De koffers rollen snel van de band, de NS brengt ons keurig terug naar Zwolle en onze lieve buurvrouw Esther fungeert als onze persoonlijke ZwolleUber richting huis.
Daar zetten we de koffers neer, zuchten even diep, vallen bijna in slaap op de bank — en gooien daarna de wasmachine in de hoogste versnelling.
Lieve lezers, wat was dit een geweldig avontuur. We hebben genoten, gelachen, kilometers gemaakt en (letterlijk) hoogtepunten beleefd. Dank voor het meelezen, meegenieten en jullie leuke reacties onderweg.
Tot de volgende reis — waarschijnlijk weer in economy, maar mét een goed verhaal. 😉
Reactie plaatsen
Reacties
Het is nu genieten in rust en ook bewust zeker in grote mate dat brengt het Thuis zijn in sfeervolle State !!!! DANK is groot.!!!!!
Fijn dat jullie weer veilig thuis zijn. En het was weer een genot om digitaal met jullie mee te reizen. Bedankt.
Welkom thuis!! En dank voor de mooie verhalen weer!
T/M de laatste dag weer een mooi verhaal. Welkom terug! 😘