De Small Five in Kaapstad

Gepubliceerd op 16 oktober 2025 om 18:39

We worden wakker met het gevoel dat we vannacht in een droger met keien hebben liggen draaien. Alles doet pijn. Waarschijnlijk de nasleep van het zee-avontuur van gisteren, waar we meer hebben gestuiterd dan gevaren. Aan het bed ligt het niet — dat is heerlijk — maar aan mijn kamergenoot met de decibels van een kettingzaag misschien wel.

Het guesthouse zit trouwens ramvol met Nederlanders. En dat hoor je aan het ontbijt. Onze gastheer Maarten grapt: “Vandaag binnen, morgen buiten.” Hij doelt op het weer, maar het had ook over zijn gasten kunnen gaan. Buiten is het frisjes (14 graden, Zuid-Afrikaanse wintermodus), maar droog. En dat is al winst. Maar nog wel te koud om te zwemmen hoor!

Vandaag: fietstour! Gids Lucas (getint, gespierd, glimlach breed genoeg voor een Colgate-reclame) en stagiair-gids Andrew (blank, wat roestig, maar enthousiast). We moeten om 9.45 uur bij Battery Park zijn, midden in de voetgangerszone. Klein detail: probeer daar in de buurt maar eens te parkeren. Google Maps had duidelijk een off-day. Uiteindelijk vinden we nét op tijd een plekje, al scheelde het weinig of we hadden onszelf als bezienswaardigheid bij de tour gevoegd. Onze groep: vijf Nederlanders en twee gidsen die vast dachten: “Daar gaan onze rustmomenten.”
We beginnen bij een muurtekening van Kaapstad in 1786 boven een foto van 2010. Leuk detail: de Nederlanders waren er destijds al bij. (Jan van Riebeeck – eerst een held, toen… eh… niet meer.)

Dan fietsen we door naar de Afrikaanse versie van de Herengracht. En ja hoor, dat levert gegiechel bij ons Nederlanders op. Hier kun je wel een fiets in gooien, maar dit gaat niet kopje-onder.

Bij het stadhuis zien we waar Mandela in 1994 zijn iconische speech gaf. En de man zelf? Hij staat er nog steeds — in brons, maar toch. We mogen ook nog even met ‘m op de foto.

We peddelen door naar de VOC-tuinen onder de Boog van Desmond Tutu door.

Daarna krijgen we een game drive — maar dan op z’n stads: de Small Five. De eekhoorn, hadida (een soort ibis die schreeuwt “Ha-di-daa!” zoals een peuter die zijn zin niet krijgt), Egyptische gans, duif en rat. En ja hoor, ik spot ze als enige allemaal want er steekt ook nog heel snel een rat voor mijn voeten over. Inclusief de “bonus-albino-eekhoorn”! Harold was jaloers. Toegegeven, we hadden onderweg al dooie ratten op straat hadden zien liggen. Niemand die er zich wat van aantrekt, maar ook niemand die het opruimt. Maar ik laat die ratten, maar ook de alom bekende vliegende ratten wel achterwege qua beeldmateriaal.

Dan naar een gebouw waar in 1950 bepaald werd of je “blank” of “zwart” was. Met de befaamde potloodtest: bleef het potlood in je haar zitten? Pech. Viel het eruit? Gefeliciteerd, je bent wit. Waterdicht systeem natuurlijk! Twee symbolische bankjes herinneren nog aan die tijd.

We fietsen verder naar de wijk Bo-Kaap, waar de huizen in alle kleuren van de regenboog zijn geschilderd. Waarom? Niemand weet het meer. Ziet er in elk geval fantastisch uit. We krijgen drie lekkere hapjes — iets wat op een hartige oliebol lijkt, een driehoek met kip, en een zoet kokoscakeje. Namen onthouden? Ehm… samoosa, daltjie chilliebite en koesister. Of andersom.

Daarna fietsen we langs het stadion waar Nederland in 2010 de halve finale won. Even stilstaan, Harold pinkt een traantje weg, trotsmomentje.

En door, naar de boulevard langs het water. Hier hebben we uitzicht op de wijk van ons guesthouse (onder de berg Lion’s Head).

De tour eindigt bij de vier Nobelprijswinnaars voor de vrede: Luthuli, Tutu, De Klerk en Mandela. Inclusief een verliefd stelletje dat maar niet aan de kant wil gaan zodat ik een foto zonder hen kan maken.

Na zoveel cultuur en kilometers besluiten we dat het tijd is voor koffie of iets kleins. Maar nee hoor, we belanden bij een restaurant waar ze per se zeven gerechten willen serveren. Wij slepen er met lichte dwang één los, want mijn energiepeil is lager dan het zeeniveau.

Na de lunch (die trouwens wel lekker was) brengt Harold me braaf terug naar het guesthouse. Ik kruip direct onder de dekens, hij gaat de auto inleveren. Twee uur later word ik wakker — Harold net terug. Alles ging prima, behalve dat de Uber-app plat lag. En dus is hij de vijf kilometer heuvelop gewoon gelópen.
Te knieperig voor een taxi, zegt hij. Ik noem het: Calvinistische cardio.

Reactie plaatsen

Reacties

Inge
3 maanden geleden

Mooi zeg, rit op de fiets door de stad.