De wekker rammelt om 05.30 uur. Ja, je leest het goed. Half zes. Want vandaag gaan we de big mama’s en hun babies van de oceaan spotten – walvissen dus. Vijftien minuten later zitten we (nog half slapend) in de auto richting Southern Right Charter. In de haven wacht ons een warm welkom met koffie en thee, samen met zo’n 40 andere toeristen die net zo’n stralend ochtendhumeur hebben als wij.
Onze gids Jacques geeft enthousiast uitleg over wat we kunnen verwachten. We stappen aan boord van een gemotoriseerde catamaran en varen richting het ondiepe water waar de walvissen paren en hun baby’s krijgen. De mannetjes walvissen zeggen tabee en de moeders voeden hun jongen (op). De zee blijkt iets minder rustig dan ze eruitziet – zeg maar gerust: een vloeibare achtbaan.
Na een half uur varen zien we ze dan eindelijk: een moeder met haar “kleintje”. Al is kleintje relatief – dat ding weegt bij geboorte gewoon duizend kilo. We zien vooral de bovenkant en af en toe een spuitgat. En eerlijk is eerlijk… na een uurtje “bovenkanten spotten” begint het enthousiasme bij mij iets te dalen. Ik had stiekem gehoopt op een spectaculaire sprong of een dansje met vinnen. En dan het liefst over de boot heen!
Op de terugweg trakteert de kapitein ons op een gratis speedbootervaring. We stuiteren over de golven, sommige mensen kleuren bleekgroen, en ondanks een reistabletje haakt ook Renate aan bij de club Zeeziek. Bij aankomst in de haven heeft ze even nodig om weer horizontaal te worden. Daarna terug naar het guesthouse voor ontbijt — al blijft het voor Renate bij een paar stukjes fruit.
Na een herstelnapje voor Renate (het was tenslotte midden in de nacht opstaan én de zeebenen moeten even tot rust komen) checken we rond 10.00 uur uit. We moeten even tijd doden, want om 11.00 uur hebben we lunch. Ja, je leest het goed — lunch om elf uur. Klinkt belachelijk vroeg, maar we wilden per se een tafeltje bij Bientang’s Cave, dat schitterend aan het water ligt. En reserveren was verplicht, dus vooruit dan maar.
Sue, de eigenaresse, zwaait ons vriendelijk uit. Topkamer, heerlijk verblijf!
We maken nog een korte wandeling boven op de rotsen met uitzicht over de zee.
De kaart staat vol visgerechten, maar Renate is nog steeds wat wiebelig. Kip dan maar? Helaas, dat serveren ze pas vanaf 14.00 uur. De eigenaar tipt: “Probeer Ginger Ale, dat helpt tegen zeeziekte.” En verhip — het werkt nog ook!
De lunch is lekker, de porties zijn klein, de rekening is groot. €30 voor wat lichte hapjes, maar hé… in Nederland krijg je daar tegenwoordig ook amper een broodje kaas voor. Net als we willen vertrekken, spotten we boven het water uit de vinnen een moederwalvis met haar jong in de baai.
Nog een paar snelle fotookes en bewegende beelden en dan rijden we verder. Renate loopt nog een stukje langs de kust en ik pik haar iets verderop weer op.
Dan is het tijd voor onze laatste Afrikaanse stop: Kaapstad!
Onderweg bedenken we een strak plan: eerst inchecken en dan naar Boulders Beach om pinguïns te kijken. Klinkt logisch, tot we merken dat Kaapstad gigantisch is. “Nog 50 kilometer,” zegt de navigatie vrolijk. Serieus?! Maar goed, flexibel als we zijn, draaien we het om. Blijkt ook nog, holy crap, dat er 5 miljoen mensen wonen in deze stad. Over groot gesproken.
Een uurtje later staan we tussen de toeristen bij Boulders Beach. En eerlijk: het is druk, maar die pinguïns zijn té leuk. Waggelend, kwetterend, fotogeniek — ik zou er zo eentje meenemen als huisdier. Wel vragen we ons af wie bekijkt nu eigenlijk wie? En wie is er hier gek? De toeristen (wij natuurlijk niet) of de pinguïns?
Daarna rijden we door naar Maartens Guesthouse, aan de chique kant van de stad, vlakbij de residenties (ja, hij heeft gewoon twee huizen naast elkaar) van de Zuid-Afrikaanse president. We slapen dus bijna presidentieel. Maarten, een rasechte Hagenees die hier voor de liefde belandde, ontvangt ons hartelijk met tips en verhalen.
’s Avonds eten we bij Grand Pavilion, 750 meter verderop. Alleen: het ligt heuvelafwaarts. Prima bij de heenweg, minder bij de terugweg. Na twee Aperol Spritz verklaart Renate de strijd met de helling verloren. We nemen een Uber voor €2,40. De chauffeur heet Israël (“Lastige naam tegenwoordig,” grapt hij zelf) en rijdt ons soepel terug omhoog. BAM, 5 sterren verdiend voor Israël.
Terug in het guesthouse tik ik dit verslag, terwijl Renate relaxt. Een lange dag vol walvissen, pinguïns, Aperol en zeeziekte — kortom: weer een topdag in Zuid-Afrika!
Reactie plaatsen
Reacties