We hebben heerlijk geslapen en hadden een prachtige kamer. Vanmorgen genoten we (wéér) van een uitzicht om in te lijsten: de lagune lag er vredig bij, rechtstreeks vanaf ons balkon te bewonderen. Maar ja, vandaag trekken we weer verder.
Onze receptioniste is een piepklein dametje, hooguit twintig jaar oud, met een onderdanigheid waar je haast verlegen van wordt. Ze spreekt me consequent aan in de derde persoon: “Wil mevrouw dat ik mevrouw naar de kamer van mevrouw begeleid?” En dat dan ook nog in het Engels. Ze bedoelt het zó goed dat ik me bijna schuldig voel, maar het is alsof ze elk moment kan vragen of ze mijn schoenen nog even moet poetsen of — erger — mijn billen wil afvegen.
Vandaag rijden we naar Oudtshoorn, via een aantal panoramaroutes. We pakken eerst nog een stukje van de Tuinroute mee, daarna volgt de Outeniqua-route, en dan de Swartbergpas. Uiteindelijk komen we uit bij Bermuda Farm & Guesthouse, midden tussen de struisvogelboerderijen. We gaan dus min of meer de boer op. Het wordt vandaag 33 graden — record van de reis — dus ik doe voor het eerst deze vakantie een doorwaaijurkje aan. Wie weet, misschien helpt het ook tegen zweetaanvallen bij steile bergpassen. Na een uurtje rijden slingeren we over de Outeniqua Pas, omringd door weelderig groene bergen.
Tegen half twaalf vinden we dat we wel een pauze hebben verdiend. We belanden op een struisvogelboerderij die wat verscholen ligt van de weg. We zien geiten, wat hertenachtige wezens, maar — ironisch genoeg — geen enkele struisvogel. Wel is er een schattig restaurantje, dus dat wordt onze koffiestop.
Wanneer we bijna bij het terras zijn, staan er ineens twee gigantische giraffen achter een hek. Levensgroot, geen beweging in te krijgen. “Wauw,” denk ik nog, “ze zetten tegenwoordig ook giraffen op!” Blijkt even later dat ze gewoon écht zijn. Blond momentje. Maar goed, ik was onder de indruk — en een niet veel later stonden we ze zelfs te voeren tijdens ons kopje koffie. Een onverwacht leuke tussenstop.
We rijden verder en komen in het dorp De Rust. Een plaatsje waar je zo doorheen bent voor je het doorhebt. We 'genieten' van een simpele lunch bij een tankstation en daarna begint het echte werk: de Swartbergpas. We waren al gewaarschuwd — het wegdek lijkt soms meer op gatenkaas dan op asfalt — maar wat is het indrukwekkend. Tussen die hoge rotswanden voel je je als mens ineens nietig klein. We hobbelen, stuiteren en klimmen alsof de weg door een dronken geit is uitgetekend — maar wát een uitzicht!
Na een uur klimmen bereiken we het hoogste punt, toepasselijk genaamd Die Top. Hoe kom je erop?
We kijken onze ogen uit. Nou ja — ik kijk mijn ogen uit, Harold kijkt vooral naar de weg. Zo verdelen we de taken eerlijk. Af en toe mag hij ook even stoppen om zelf een blik te werpen, ik ben tenslotte de beroerdste niet.
En ja hoor, we ontdekken vanzelf waarom deze regio Swartberg heet. Zeg maar gerust: zwart, bergachtig, heet. Geen misverstand mogelijk.
Rond half vier bereiken we onze eindbestemming. Een groot, wijds en redelijk afgelegen terrein, mooi opgezet — maar zodra we uitstappen, rollen er twee touringcars het erf op. Eén vol Nederlanders, één vol Duitsers. Gelukkig had ik nét op tijd ingecheckt, dus wij kunnen direct door naar onze kamer. Die is groot, schoon en koel. Ideaal voor een paar uurtjes… helemaal niets en chillen bij het zwembad.
Of nou ja — dat was het plan. Want nog geen tien minuten later blijkt dat de Nederlandse busreizigers, die al 22 dagen samen onderweg zijn, nú pas behoefte hebben aan nieuw gezelschap. Dus één voor één komen ze even “gezellig buurten”. We glimlachen en antwoorden beleefd, laten strategisch stiltes vallen en kijken af en toe afgeleid de andere kant op. Onaardig? Misschien. Maar eerlijk: soms is stilte ook vakantie.
Reactie plaatsen
Reacties
Wat een mooie route hebben jullie gereden. Dat hebben wij met de bus niet gedaan, zitten jullie in Berlijn Farmhouse?
Berlijn moet zijn Berluda Farmhouse