Hiken op Robberg

Gepubliceerd op 11 oktober 2025 om 20:29

We worden weer (te) vroeg wakker, zonder duidelijke reden — ons lijf zit blijkbaar nog in de “wij zijn op safari en moeten om 5:00 opstaan”-modus. Vandaag staat een hike op het programma op de Robberg, een schiereiland bij Plettenbergbaai. Wanneer we de gordijnen opentrekken, blijkt de baai in een dikke mist te zijn gehuld. We vragen aan John (onze gastheer, tevens wandelende encyclopedie en energieman) of het dan wel zin heeft om te gaan hiken. Zijn antwoord: “Yes, no problem.” Duidelijk. Op de foto hieronder zie je achteraan het schiereiland Robberg.

Hij vertelt er meteen vrolijk bij dat de hele baai zonder stroom zit, van zes uur ’s ochtends tot zes uur vanavond. “Maar geen zorgen,” zegt hij geruststellend, “ik wek mijn eigen stroom op met zonnepanelen.” Mooi. Totdat hij er droog aan toevoegt dat we beter niet kunnen föhnen vandaag. En laat dat nou net bovenaan mijn planning staan.

Om 9.00u zitten we al in de auto richting het natuurreservaat. Daar aangekomen volgt het inmiddels bekende Zuid-Afrikaanse riedeltje: jezelf registreren, kenteken noteren, entree betalen. Maar hoera, het parkeren is gratis – kleine geluksmomentjes moet je koesteren.

Er zijn drie wandelroutes: 2,5 km, 5,5 km en 9,5 km. We kiezen braaf de middenweg, want dat klinkt verantwoord. De hike blijkt echter best een beproeving. Steile stukken omhoog, glibberige rotsen, mul zand dat doet alsof het je vijand is, en traptreden die duidelijk door iemand met sadistische trekjes zijn aangelegd. En dan hebben we het nog niet over de lucht… want een groot deel van de route worden we omringd door het parfum van zeehondenpoep. Ik zal het niet proberen te omschrijven, maar laten we zeggen: Chanel No. 5 is het niet.

Gelukkig worden we wél beloond: we zien zeehonden in het water spelen en hebben een waanzinnig uitzicht over de oceaan, met golven die spectaculair tegen de rotsen beuken. 'Dankzij' de af en toe heel smalle paadjes zonder reling voelen we ons heel dicht bij de zee: een stapje verkeerd en je ligt erin (nadat je een aantal keren tegen de rotsen bent gestuiterd).

Halverwege kunnen we nog een extra lusje doen over een eilandje van Robberg zelf. Zie hier op de achtergrond van de foto. 

En ja hoor, daar trappen we in — “ach, nog even een stukje extra”. We zijn tenslotte op vakantie, niet op rustkuur.

Als we tegen half twaalf weer het terrein van ons guesthouse op rijden, staan 3 van de 4 honden waakzaam naar ons te staren vanaf de vlonder van Johns huis (hij woont voor op het terrein, de appartementen liggen 200 naar achter). Het zijn schatten, die honden. 

Harold duikt meteen in zijn schrijfflow en ik spoel een halve zandduin van me af. Daarna gaan we met de auto het dorp in voor een lichte lunch, niet omdat we een lichte lunch willen, maar omdat het tentje waar we gaan zitten er heel leuk uitziet aan de buitenkant, maar niet echt wat te bieden heeft. De kaart is mager en vlak na het bestellen valt ook daar de noodstroom uit. Harold krijgt een tosti die eigenlijk gewoon twee sneetjes brood met een identiteitscrisis is, en ik krijg een half lauw gerechtje dat nét even de Airfryer heeft gehaald voordat alles op zwart ging.

Na deze culinaire topervaring besluiten we nog één natuurstop te maken: Nature’s Valley. De naam klinkt idyllisch, en de route ernaartoe is ook mooi — veel groen, veel bochten, veel “oh kijk daar!”-momentjes. Ook hier krijgen we weer een mooi uitzicht op het water.

Maar eerlijk is eerlijk: daarna hebben we het woord natuurreservaat wel even genoeg gehoord voor vandaag.

Om half drie zijn we terug in ons appartement. Tijd voor rust en misschien stiekem een klein tukje. Want zeg nou zelf: na ruim 6 kilometer klimmen, zweten, stinken en Airfryer-gastronomie mag dat best.

Reactie plaatsen

Reacties

Anita
3 maanden geleden

Prachtig - die zee!

Marije Jonker
3 maanden geleden

Heeeeeel mooi

Wilma
3 maanden geleden

Wat een belevenis. Jammer dat jullie de hangbrug gemist hebben, want was echt wel de moeite waard. Maar jullie hadden natuurlijk al zoveel moois beleefd. Top.