Weet je nog dat we een paar dagen geleden schreven over Motherwell, die gigantische sloppenwijk bij Port Elizabeth? Achteraf blijkt dus dat we een zeer onveilige route hebben gereden. Onze reisagent had ons daar inderdaad voor gewaarschuwd, maar wij dachten dat ze het over een gezellig binnenweggetje bij Addo Elephant Park had. Niet dus. Gisteren hoorden we van Ruben en Iris dat daar soms brandende autobanden op de weg worden gelegd om automobilisten te dwingen te stoppen — waarna ze beroofd worden.
Blijkbaar reden we dus doodleuk door een soort ‘niet-aan-te-raden’ zone. Tja, naïef? Absoluut. Maar ach, we zijn er nog. En eerlijk: als onze moeders nog hadden geleefd, hadden we nu een flink standje gekregen. En terecht ook.
Tijdens het ontbijt komt John enthousiast op ons af, klaar om ons van nog meer tips te voorzien. Op onze vraag hoe hij heeft geslapen zegt hij: “Ik kan nie kla nie.” Kijk, dat verstaan we nog. Vandaag staat er iets spectaculairs op het programma: een canopy tour in Stormsriver én… een bungeejump van 216 meter van de Bloukransbrug.
Wat ik gerookt moet hebben toen ik dat boekte blijft een mysterie.
Omdat ik weet dat er onderweg drie keer wegwerkzaamheden zijn, wil ik ruim de tijd nemen. John zegt: “Uurtje is genoeg.” Nou ja, John zegt wel meer. We vertrekken dus braaf op de door John aangeraden tijd, maar komen (uiteraard) te laat aan, en ik zit me op te vreten terwijl Renate zen blijft. Maar gelukkig zijn we niet de enigen die te laat zijn — een geruststelling voor mijn overactieve brein.
In de briefingzaal blijkt dat onze hele groep van zes personen Nederlands praat: twee Belgen, twee Friezen en twee Twentenaren. Onze gidsen leggen uit wat we gaan doen, en hup: het bos in, op 18 meter hoogte, tussen de bomen door. De Friezin blijkt hoogtevrees te hebben (je zag het in haar ogen: pure doodsangst) en Renate had ook knikkende knieën — maar deed het geweldig. En ik? Ik vond het stiekem fantastisch. Een beetje bad-ass zelfs. Oké, een klein beetje dan.
Aan het einde kregen we een ‘apendiploma’. Ja echt. En dat is pas iets om apetrots op te zijn.
Na een snelle lunch rijden we door naar de hangbrug van Tsitsikamma. De bureaucratie bij de ingang is zó Zuid-Afrikaans dat je er bijna een ticket voor krijgt. En het park zelf? Mooi hoor, maar we kwamen niet verder dan een uitzichtpunt vanwaar je net een hoekje van de brug ziet. De rest voelde als een dure tourist trap, dus we zijn er met lichte tegenzin weer vertrokken.
Op naar de Bloukransbrug! Daar wordt alles strak geregeld: tuigje aan, elastiek testen, zenuwen activeren.
We ontmoeten Bodine en Rick — zij een petite blonde stuiterbal, hij een boom van een vent met baard. Natuurlijk denk je: die vent gaat springen. Mis. Bodine springt, Rick kijkt toe. Zo zie je maar weer: oordeel nooit over mensen met een baard.
En dan is het mijn beurt.
Eerst even ziplinen naar de onderkant van de brug — 200 meter zweven met een gezonde dosis paniek — en daar aangekomen begint de wachtrij der zenuwen. De sfeer is top: Afrikaanse housebeats, dansende begeleiders, een DJ met moves waar je u tegen zegt. Je kunt bijna niet níet enthousiast worden.
Dan is het zover. Manchetten om de enkels, touw eraan, aftellen van 5 naar 0… en ik spring.
De stilte is oorverdovend. Ik gil “BOREEEEEL!” (de naam van mijn oude regiment — ik weet ook niet waarom) en voel vervolgens al het bloed in mijn lichaam richting hersenpan verhuizen. Alsof mijn brein via mijn neus naar buiten probeert te kruipen.
Maar dan: adrenaline. Dopamine. Pure euforie. What a rush.
Even later komt “Spiderman” me ophalen — letterlijk, hij daalt aan een touw af — en ik ben blij dat hij er is, want ik had het gevoel dat mijn beenriemen langzaam losser werden.
Boven word ik onthaald door drie dansende Zuid-Afrikanen en doe ik liggend mee. High-fives, muziek, lachen — het is pure, uitzinnige blijdschap. En eerlijk? Ik zou het zó weer doen.
Ondertussen wordt onze groep springers tegen verwachting in steeds groter. We wachten en kijken toe, maar als we na 1,5u nog niet klaar zijn stellen we toch maar even de vraag. ‘Ja, hoor, je mag zelf terug als je wil’.
Renate en Rick hebben best lang moeten wachten en wij snappen dat ze het wachten wel een beetje beu zijn. Het heeft al met al 3 uur gekost.
’s Avonds eten we bij restaurant Nineteen 98, waar Bodine en Rick toevallig ook binnenlopen. Gezellig tafelen, lachen om elkaars stommiteiten, en afsluiten met het gevoel dat de wereld eigenlijk best klein is. Om 22.00 uur vallen we op ons bed neer in onze cottage.
Ik nog half stuiterend van de dopamine, Wat een prachtige dag en wat een belevenissen!
Reactie plaatsen
Reacties
Stelletje waaghalzen zijn jullie 😛
Niet meer doen hoor, ik krijg buikpijn als ik het lees!🥴
Wouwiedewouwie
Waaghalzen zijn jullie
Woooow, wat stoer dit!!
Wooowwww!!! Tof!!!
Mooi avontuur - lef voor nodig. Ik doe het jullie niet na.
Foei ik na het zien van de filmpjes al bijna verschoond worden 😅 , wat stoer!!
Gaaf zeg!!