Voor het geval jullie je afvroegen of we van de aardbodem waren verdwenen: we ontdekten vandaag dat we onze reisverslagen de afgelopen dagen trouw hebben verstuurd naar... onszelf. Oeps. Communicatieprofessionals, hè. Sorry allemaal, we zijn er nog!
Het is iets na vijven in de ochtend en — jawel — daar is ze weer: de duif op crack. Ze koert alsof ze auditie doet voor The Voice of Madness. 'Gelukkig' wordt haar optreden onderbroken door een vliegtuig. Eventjes zijn we blij, maar het blijkt een eenmotorige herriebak die vervolgens het geërfde stokje met verve overneemt. De duif is foetsie, maar nu hebben we dus een vliegende stofzuiger die urenlang rondjes boven ons park draait. Maar ach, we wilden toch al vroeg opstaan vandaag. Toch? (We proberen het onszelf wijs te maken.) Tijdens het ontbijt zien we weer Zazoo, het dertien jaar oude hondje dat als een klein oud dametje langs de tafels schuifelt. Harold is inmiddels smoorverliefd op haar. Zodra hij haar achter de oortjes kriebelt, begint ze te knorren als een tevreden varkentje. Ze weet duidelijk hoe goed Harold kan kriebelen — ik spreek uit ervaring, mijn rug is er dol op!
Terwijl het vliegtuig nog steeds zijn dagelijkse aerobatics boven ons uitvoert, rekenen we af, nemen afscheid van de gastvrouw en krijgen we een paar bonbonnetjes mee ‘voor onderweg’. (Lees: voor mij.)
We zijn nog geen tien minuten onderweg of we duiken alweer een supermarkt in voor wat proviand. Daarna écht op pad. De route begint meteen met een drietal wegopbrekingen waarbij je steevast vijf tot tien minuten stilstaat. We blijven ons verbazen over de Zuid-Afrikaanse interpretatie van efficiëntie.
En mocht je denken dat we bij Port Elizabeth de enige échte sloppenwijk hadden gezien — think again. We passeren er nog een paar, compleet met bergen vuilnis en golfplaten dakjes die al vast al jarenlang de wind vechten. Het is tegelijk indrukwekkend en confronterend.
Vandaag rijden we over de beroemde Tuinroute richting Plettenbergbaai. De naam belooft idyllisch groen, kronkelende wegen en fotogenieke uitzichten. En dat is het ook... alleen rijden wij 120 km/u en flitsen overal langs. Zuid-Afrikanen vinden het zelf heel gewoon om op de vluchtstrook even stil te staan of er te wandelen, wij durven het niet aan. We zien in een flits de contouren van kloven en bergen — wel gezien dus, maar niet vastgelegd. Hopelijk lukt dat de komende dagen nog.
Aangekomen bij onze accommodatie staan we voor een dichte poort met een instructie die klinkt als een escape room-puzzel. Linksom, rechtsom, op drie knoppen drukken — alles leidt tot één en hetzelfde resultaat: een bandje met een telefoonnummer dat we moeten bellen. Tja, en waar is die enige ouwe telefoon van ons die Afrikaanse belminuten heeft eigenlijk gebleven?
Harold gooit de halve kofferbak overhoop. Geen telefoon. Ondertussen stopt er een auto achter ons. Twee jonge mensen aan boord, en als ik ze in het Engels aanspreek, hoor ik al snel dat het gewoon Nederlanders zijn — Ruben en Iris. Halleluja. Zij blijken contact te hebben met John, de eigenaar, en bellen hem even. En warempel: de poort gaat open.
John blijkt een markant figuur. Spreekt traag, heeft vier honden die als zijn persoonlijke bodyguards meelopen, en deelt in tien minuten zoveel informatie dat we er alle vier een lichte hersenbloeding van krijgen. Maar hij is vriendelijk — en heeft speciaal voor ons 30-jarig huwelijk een fles champagne op de kamer gezet. Lief! Hieronder onze accommodatie voor de komende drie dagen. Ons appartement staat in het midden op de foto rechts.
Natuurlijk bedanken we hem uitvoerig. En zodra hij vertrokken is, loop ik discreet met de fles naar Ruben en Iris. “Zin in champagne?” vraag ik. Hun antwoord: “Daar spugen wij niet in.” Kijk, zo help je elkaar. Als John later vraagt of we ervan genoten hebben, zeggen we gewoon dat we de fles gezellig gedeeld hebben. Leugentje om bestwil, maar hé — we hebben er tenminste iemand blij mee gemaakt.
Na het uitpakken gaan we even koffiedrinken bij het Beacon Resort, een hotel dat eruitziet als een kruising tussen een cruiseschip en een postkantoor uit 1922. Foeilelijk, maar de koffie is top en het uitzicht op de baai maakt veel goed.
Daarna gaan we wat hoger Plettenbergbaai in. We vinden inderdaad nog een mooier uitzicht, en de zon laat zich eindelijk van haar beste kant zien. We zien het cruiseschip/postkantoor nu vanaf een afstandje.
’s Avonds gaan we lekker dichtbij eten — op loopafstand zelfs. Volgens John is het hier “super safe”. Ik geloof hem en stel voor om te lopen. Harold, mijn trouwe maar licht paranoïde reisgenoot, kiest toch voor de auto. Ach, ieder zijn vorm van avontuur.
Reactie plaatsen
Reacties
Prachtig
Prachtige reis, fantastisch gewoon, behalve de armoe soms.
Hopelijk zien jullie ook nog de 5e van de big five.
Leuk plekje wel hoor!