Pilatus de baas

Gepubliceerd op 13 juli 2026 om 19:23

Ik lag gisteravond al vóór 21.00 uur voor pampus en vanmorgen werd ik zowaar weer fris en fruitig wakker. Dat is maar goed ook, want het programma van vandaag liegt er niet om. Er wordt opnieuw ruim 30 graden voorspeld en we hebben inmiddels geleerd dat je in Zwitserland óf vroeg op pad moet óf je rond het middaguur langzaam verandert in een dampende kaasfondue. Vandaag staat de Pilatus op het programma, een berg die zo'n 1500 meter boven Luzern uittorent. Om 7.45 uur zitten we aan het ontbijt en om 8.30 uur fietsen we richting station. We hebben voor vandaag een Goldene Rundfahrt geboekt. Alleen de naam klinkt al duur. En dat is hij ook.

Eerste opdracht: buslijn 1 naar het dalstation in het nabijgelegen Kriens. Verkenner Harold heeft de route tot in de puntjes voorbereid en zoals jullie inmiddels weten, spreek ik hem daarin niet tegen. Dat zou ook zonde zijn, want dan kunnen we achteraf niemand de schuld geven. De bus arriveert keurig op tijd en samen met twee bevriende Amerikaanse stellen stappen we in. Na een minuut of twintig vraagt Harold zich hardop af wanneer dat dalstation nou eindelijk eens komt. Ik pak Google Maps erbij om hem gerust te stellen. Alleen... mijn blauwe pijltje rijdt vrolijk de andere kant op. Telefoon uit. Telefoon aan. Nog eens kijken. Nog steeds de verkeerde kant op. Conclusie: telefoon stuk. Of satellieten in staking. Niet veel later staan we bij een station in een dorp waar we helemaal niet moeten zijn. Zelfs de Amerikanen beginnen inmiddels onrustig te worden. We vragen het maar even na. Het goede nieuws: buslijn 1 klopt. Het minder goede nieuws: we zaten in de bus richting 'helemaal de verkeerde kant op'. Knap gedaan. Gelukkig konden we direct overstappen op de lijn 1 die weer terugging naar Luzern en daarna wél richting Kriens reed. De Amerikanen konden er gelukkig om lachen en Harold wist zich wonder boven wonder in te houden om over Trump te beginnen. Dat scheelde weer een diplomatieke rel.

Ruim veertig minuten later dan gepland arriveren we alsnog bij het dalstation. Eerst stappen we in een cabine voor vier personen.

Deze lift brengt ons in een half uur naar 1415 meter hoogte.  Onderweg wordt het uitzicht mooier en mooier. 

Mooi, denk je dan. Nou nee, dat blijkt slechts level 1 te zijn. Daarna volgt nog een gondel voor vijftig personen die ons in een paar minuten naar ruim 2100 meter brengt.

Onderweg ontvouwt zich een uitzicht waar zelfs ik even stil van word. Groene alpenweiden, besneeuwde bergtoppen in de verte en de Vierwaldstättersee die erbij ligt alsof iemand hem die ochtend nog even heeft gepoetst. Eenmaal boven mogen we op een drietal plekken nog een paar tientallen traptreden met de eigen benenwagen omhoog. Alsof de Pilatus wil controleren of je het uitzicht wel écht verdiend hebt. 

Maar eerlijk is eerlijk: het is iedere zweetdruppel waard. 

En alsof Zwitserland een toeristenreclame aan het opnemen is, staan er ook nog alpenhoornblazers traditionele muziek te spelen. Op dat moment verwacht je eigenlijk alleen nog Heidi die met een geit de hoek om komt wandelen.

Maar de Goldene Rundfahrt is nog niet klaar. De afdaling gaat met de steilste tandradtrein ter wereld. Een hellingspercentage van 48 procent. 

Terwijl de trein zich langzaam naar beneden stort, vraag ik me serieus af of de machinist gewoon heel veel vertrouwen heeft of dat de remmen onlangs nog zijn goedgekeurd. Binnen een klein half uur dalen we ruim 1600 meter af over nog geen vijf kilometer spoor. Beneden wacht... nou ja, zou de boot wachten. De trein heeft vertraging en precies op het moment dat wij uitstappen, zien we onze boot een meter of driehonderd verderop langzaam vertrekken. Ik weet zeker dat de kapitein ons nog even heeft aangekeken voordat hij extra gas gaf. 

Dan maar lunchen. De volgende boot vertrekt gelukkig niet veel later en brengt ons in vijftig heerlijke minuten over de Vierwaldstättersee terug naar Luzern. De Goldene Rundfahrt is eindelijk écht rond.

In Luzern wandelen we nog langs een paar hoogtepunten van de stad. Natuurlijk steken we meerdere keren de Reuss over, onder andere via de Spreuerbrücke (uit het jaar 1408), het iets minder beroemde broertje van de Kapelbrug (die uit 1333 stamt).

Daarna mogen we nog een paar honderd traptreden beklimmen naar de oude stadsmuur. Zwitsers bouwen blijkbaar niets op de begane grond. Ook het indrukwekkende Leeuwenmonument, ter nagedachtenis aan de gesneuvelde Zwitserse gardisten tijdens de Franse Revolutie, krijgt een bezoek. Het monument oogt nog fris. Wij iets minder.

En dan het absolute hoogtepunt van de dag... financieel gezien. We besluiten een ijscoupe te nemen. Gewoon twee bolletjes per persoon met wat fruit en een toefje slagroom. Dat blijkt samen dertig euro te kosten. Dertig. Euro. Voor. IJs. Voor dat geld verwachten we eigenlijk dat de koe die de melk heeft geleverd hem persoonlijk komt serveren. Tegenover de ijssalon zit een chocolatier. Daarnaast nóg één. En daarnaast weer één. We stappen nieuwsgierig binnen bij Läderach, volgens velen dé chocolatier van Zwitserland. Een onsje chocolade kost 'slechts' €9,50. Maar ja, wanneer krijgen we ooit weer de kans om van de chocolade van Läderach te genieten? Dus we moeten wel, het is niet anders.

Rond drie uur vinden we het mooi geweest. We fietsen terug naar het hotel, slaan onderweg nog wat water en ontbijt voor morgenvroeg in en parkeren onszelf met de benen omhoog. Morgen wacht er weer een nieuwe etappe. Naar hoofdstad Bern, onze laatste bestemming van deze reis.

Reactie plaatsen

Reacties

Manon
een maand geleden

Foei wat een geld voor een ijsco, waren ze wel lekker?

Renate
een maand geleden

Nou Manon, we hebben wel betere ijscoupes gehad deze vakantie voor veel minder geld. Tsja.

Manon
een maand geleden

Daar ben je dan weer mooi klaar mee.. nouja, het is al gebeurd! Op naar het volgende ijsje!