Dag 1, deel 2

Gepubliceerd op 22 mei 2026 om 19:44

Biechtstoelen en nog meer ruwe bolsters

Na de koffie was het tijd voor een welverdiend rustmomentje op de kamer. Harold nam de zware taak op zich om het bed uitgebreid te testen en kwam na een uur slaap tot een glasheldere conclusie: goedgekeurd. Wetenschappelijk onderzoek op topniveau.

Op nog geen tien meter afstand werd ondertussen met een gigantische graafmachine enthousiast gewerkt aan… ja, aan wat eigenlijk? De weg? Een metrolijn? Een geheime bunker? Buiten klonk het alsof men probeerde heel Vilnius opnieuw aan te leggen, maar wonder boven wonder blijkt onze hotelkamer behoorlijk geluidsdicht. We horen nauwelijks iets. Een kleine zegen, want wij (nou ja, Harold meer dan ik) zijn inmiddels op een leeftijd dat een middagdutje belangrijker voelt dan cultureel erfgoed. Maar goed, die werklui hebben ’s avonds natuurlijk ook gewoon feierabend, dus dan wordt het vast rustiger. Vast.

Aan het eind van de middag schudden we de jetlag van ons af — het tijdsverschil bedraagt tenslotte een slopend uur — en lopen de stad in. Wat meteen opvalt: Vilnius is schoon. Echt schoon. Gewoon netjes. Al snel komen we uit op een groot plein met een indrukwekkende katholieke kathedraal naast het voormalige paleis van de hertogen. Het is er een komen en gaan van mensen, deels toeristen en deels vanwege wen marathonweekend.

We sluipen de kathedraal binnen waar net een dienst bezig is en wij heidenen pakken nog mooi het ‘Onze Vader’ in het Litouws mee. Hoogtepunt van mijn persoonlijke observatieonderzoek: de twee biechtstoelen zijn allebei bezet. Dat hebben we werkelijk nog nooit meegemaakt. In alle katholieke kerken en kathedralen die we ooit bezochten stonden die dingen er meestal eenzaam en ongebruikt bij, alsof zelfs God dacht: laat maar. Maar hier niet. Conclusie na grondige internationale veldstudie: Litouwers zijn duidelijk geen heilige boontjes.

Daarna wandelen we de oude stad in via de markante straat Pilies Gatvė. Cocktailbars, restaurantjes, souvenirwinkels — het is één groot walhalla voor vakantiegangers die thuis hebben aangekondigd “echt geen prullaria mee terug te nemen” en vervolgens eindigen met een linnen tas, drie koelkastmagneten en een houten kabouter. We gaan onszelf bedwingen deze keer!

We besluiten meteen de Litouwse keuken te testen bij het typisch nationale restaurant Etno Dvaras. Uiteraard grijp ik direct mijn kans om de beroemde koude rodebietensoep te bestellen. Ondertussen voer ik via WhatsApp een uiterst volwassen discussie met vriend Mike — die momenteel in Zuid-Italië vakantie viert en blijkbaar veel te veel vrije tijd heeft voor onzinnige discussies — over het feit dat deze soep géén borsjt is, ondanks de rode bieten en de Oost-Europese vibes. Deze variant zit vol zuivel en dille en smaakt eerlijk gezegd verrassend lekker. Alleen blijft het toch vreemd om soep te eten waarvan je hersenen blijven denken: iemand is vergeten dit op te warmen.

Harold kiest ondertussen voor een beroemde Litouwse dumpling als voorgerecht. Zodra het bord arriveert, weet ik meteen dat ik de juiste keuze heb gemaakt. Het ding ligt daar als een soort glazige, licht slijmerige ovalen deegmeteoriet gevuld met rozig vlees. Een gerecht waarvan je instinctief hoopt dat het eerst nog terug de keuken in moet voor een laatste controle.

Ook Harold kijkt niet alsof hij zojuist een culinaire openbaring beleeft. Enthousiaste kreten blijven uit. Sterker nog: het tempo waarmee hij eet verraadt vooral een sterk verantwoordelijkheidsgevoel richting voedselverspilling. Nee hoor, ik hoef echt geen hapje.

Onze hoofdgerechten — mijn “grootmoeders gehaktballen” en Harolds kipfiletje — blijken verder prima, al is het allemaal wat aan de flauwe kant. Maar goed, het is voedzaam, we zitten vol en als de rekening uiteindelijk ook nog verrassend meevalt (40 euro), zijn we toch dik tevreden. Nederlanders blijven tenslotte het gelukkigst van een meevallende rekening.

We slenteren daarna nog wat verder door de straat en duiken op de terugweg nog even een koffietentje binnen. Want vakantie draait uiteindelijk om cultuur, historische verdieping en regelmatig zitten, wat drinken en mensen kijken.

Terug lopend richting ons hotel-op-de-hoek blijkt de straat inmiddels veranderd in een parade van glimmende bolides. Ondanks het eenrichtingsverkeer vanwege de werkzaamheden schieten er volop Porsches en andere sportwagens voorbij. Eerst denk je nog: gezellig stadsverkeer. Maar zodra de avond valt en het qua auto’s rustiger wordt op straat, openbaart zich een bijzonder natuurverschijnsel: de ruwe-bolster-chauffeur.

Tot aan het hoekje rijden ze nog enigszins beschaafd, maar zodra ze ‘t hoekje om gaan, gaat het gaspedaal volledig richting aardkern en moet heel Vilnius blijkbaar meegenieten van het geproduceerde motorgeluid. En voor de bestuurders zonder indrukwekkende vroemvroemfunctie is er gelukkig nog Plan B: muziek zo hard zetten dat het klinkt alsof er een rijdende nachtclub passeert. Gelukkig merken we daar op onze kamer slechts een fractie van en kunnen we lekker gaan slapen. 

Reactie plaatsen

Reacties

Anita
6 dagen geleden

Leuk verslag weer.
Wij hebben in het verleden borsjt gegeten bij Sjaak - grrr